“Staat ie weer te kletsen en zijn tijd te verdoen. Alsof hij niks beters te doen heeft”. Hoofdschuddend loopt Bram terug naar zijn kantoor. Hij ergert zich al een tijdje aan zijn medewerker Ramon. Hij krijgt  veel minder werk af dan zijn collega’s en bovendien houdt hij de anderen ook van hun werk, terwijl ze het soms al nauwelijks af krijgen. “Ik ga hem er binnenkort op aanspreken”, denkt Bram.

Maar eerst heeft hij iets anders te doen, want hij heeft fantastisch nieuws. Vanochtend haalde hij een grote opdracht binnen van nieuwe klant. “Deze eerste opdracht is dé kans om onze kwaliteit te laten zien en te zorgen dat het een langdurige samenwerking wordt. En dan kunnen we mooi weer doorgroeien” denkt Bram. Dat gaat hij zijn medewerkers vandaag vertellen en roept ze bij elkaar.

Wordt goed nieuws ook echt als goed nieuws ontvangen?

“Ik heb goed nieuws” begint Bram zijn verhaal en vertelt enthousiast over de nieuwe opdracht. “Laten we deze opdrachtgever dus laten zien wat we kunnen, zodat hij meer dan tevreden is” kondigt Bram aan. “Het kost wel wat extra uren deze week, maar als we het samen doen, lukt het zeker en gaan er vast meer opdrachten van deze klant volgen”, besluit Bram optimistisch zijn betoog. Hij kijkt zijn medewerkers verwachtingsvol aan.

Maar het blijft opvallend stil. Dan klinkt hier en daar wat gemompel en gemor. Niet helemaal de reactie die Bram verwachtte en op hoopte. “Welja, alsof we nog niet genoeg te doen hebben” hoort hij iemand achterin zeggen. “Krijgt mijn vrouw toch gelijk, ik kan mijn bed beter hier neerzetten” vult een ander aan. En zo hoort Bram allerlei opmerkingen. Hij staat even met zijn mond vol tanden…

Dan staat Ramon op en zegt “Het zal even puzzelen zijn deze week met de uren en thuis zullen ze niet meteen laaiend enthousiast zijn, maar ik ben in ieder geval blij dat we hier allemaal een goede boterham kunnen blijven verdienen”.  Hij kijkt even naar Bram en vervolgt: “Ik weet zeker dat Bram jullie inzet waardeert, ook al laat hij dat niet altijd merken”. Ramon gaat weer zitten en Bram voelt dat de stemming nu positiever is. Hij is er een beetje beduusd van, maar haast zich om te zeggen “Natuurlijk waardeer ik jullie betrokkenheid en inzet. Zonder jullie kreeg ik dit allemaal niet voor elkaar”.

Weten en voelen zijn twee verschillende dingen

Als iedereen weer aan het werk gaat, loopt Bram peinzend terug naar zijn kantoor. Hij probeert helder te krijgen wat er net gebeurde. Toen hij het zelf even niet meer wist, greep Ramon in. “Blijkbaar hechten ze veel waarde aan de mening van Ramon. Die kent ze ook allemaal goed natuurlijk, door al die gesprekjes die hij met ze heeft”, realiseert Bram zich. Zelf staat hij niet altijd stil bij de praktische thuissituatie van zijn medewerkers, moet hij toegeven. Natuurlijk weet hij dat ze gezinnen hebben en dat ze die minder zien als ze moeten overwerken, maar hoe dat echt betekent, daar staat Bram nauwelijks bij stil. Maar dat is wel het eerste waar zijn mensen aan denken, dat is hem wel duidelijk geworden vandaag. “Daar moet ik wel iets mee” denkt Bram. 

De volgende dag roept Bram Ramon bij zich en prijst hem voor zijn rol tijdens de bijeenkomst. “Fijn dat je me steunde gisteren. Enneh, denk je echt dat ze niet beseffen hoeveel ik ze waardeer?” begint Bram het gesprek. Ramon kijkt hem even aan en zegt dan “Ja dat denk ik echt. Ze hebben het gevoel dat je vooral aandacht hebt voor het maken van meer omzet en niet geïnteresseerd bent in hoe het met hen gaat”. 

Bram is er stil van… ai die doet pijn. “Maar ik waardeer jullie echt… jij weet toch dat dat zo is?” Vertwijfeld kijkt hij Ramon aan. Na een lange pauze reageert Ramon “Ja ik geloof best dat je blij met ons bent en dat zeg je ook, maar ik voel het niet. En dat is het probleem. Je kunt nog zo goed betalen en je zaakjes praktisch goed voor elkaar hebben, maar we willen ook dat je ons als mens ziet en waardeert. Ik weet niet, het is een gevoel…”

Die is lastig vindt Bram. Gevoel, gevoel… “hoe geef ik ze dan dat gevoel?” Ramon: “Ik zou een extraatje geven, maar dan niet extra geld. Maar iets wat echt gericht is op onze partners en kinderen. Een dagje pretpark of zo, of een dinercheque voor degenen zonder kinderen. Dan voelen we dat je ons snapt. Dat je snapt dat onze partners en kinderen ons missen als we overwerken. Dat je beseft welke impact het heeft op ons privé leven. Als je dat doet, heb je ze allemaal mee”. 

Bram blijft na het gesprek stil achter. “Waarom bedenk ik dat zelf niet?” vraagt hij zich af. “Omdat ik nooit actief vraag wat er zich bij ze thuis afspeelt” realiseert Bram zich. “Ik zeg wel steeds dat mijn deur altijd open staat, maar blijkbaar is dat toch niet genoeg”.

De oplossing is simpel

Bram neemt een besluit.

Hij volgt niet alleen het advies van Ramon op, maar neemt zich ook voor zelf vaker een praatje aan te knopen met zijn mensen. Hij beseft nu hoe blij hij met Ramons gesprekjes mag zijn, die gesprekjes waar hij zich eerst aan zo aan ergerde. 

En hoe zit dat bij jou? Welk gevoel geef jij je medewerkers met jouw leiderschap? En hoe doe je dat? Laat het me weten. Dat kan hieronder in de comments of via een bericht of mail. Ik hoor graag van je.