Misschien heb je al vaker iets van mij gelezen. Dan weet je dat ik me meestal richt tot leiders. Hoe zorgen zij dat medewerkers hun werk nog beter kunnen en willen doen? Het belangrijkste ingrediënt van leiderschap: je steeds opnieuw afvragen ‘wat kan ik doen om mijn medewerkers zo goed mogelijk te ondersteunen en faciliteren?’.

 

Maar een leider kan het niet alleen!

 

Deze week sprak ik Paul. Hij vertelde over wat er allemaal niet goed gaat in zijn werk. ‘Mijn collega komt echt overal mee weg! En wij moeten maar zien dat we alles opvangen en gedaan krijgen’ klonk het gefrustreerd. ‘Ik ga voortaan alleen nog doen wat binnen mijn uren past en de rest zoeken ze maar uit’, had hij besloten. Toen ik vroeg of hij dit met zijn leidinggevende had besproken, was zijn antwoord ‘Nee, maar wel met mijn collega’s’.

 

En daar snap ik nou helemaal niks van.

 

Je wilt dat er iets verandert, maar zegt dat niet tegen degene waar het om gaat. Hoezo niet? Denk je dat je leidinggevende kan raden dat je verandering wilt? Laat staan dat hij of zij weet wát je anders wilt? Nee, zo werkt het niet. Je verwacht ook niet van je zwetende vriend dat hij jou een warm vest geeft als je niet gezegd hebt dat jij het koud hebt.

 

Zonder het in de gaten te hebben, verwachten we dat de ander weet wat ons bezighoudt. Maar iedereen beleeft de situatie vanuit z’n eigen perspectief. Spreek daarom uit wat je voelt en wat je nodig hebt. Alleen dan mag je actie van de ander verwachten. Alle gevallen waarin je leidinggevende wèl uit zichzelf in actie komt (en die zijn er echt!), zijn mooi meegenomen.

 

Wordt in jouw team nog niet alles besproken en wil je weten hoe je dat doorbreekt? Laat mij jullie helpen.