Maarten werkt al een aantal jaren als accountant bij een middelgroot accountantskantoor. Hij is gewend te werken en sturen op basis van cijfers. Hij helpt zijn klanten door beslissingen en beoordelingen te onderbouwen met cijfers. Worden omzetdoelen gehaald? Zijn projecten binnen de geplande tijd afgerond? Blijven de gemaakte kosten binnen budget?

Om op deze manier te kunnen werken, is Maarten een groot deel van de dag bezig alle data te verzamelen en analyseren. Lijstjes, plannen, kosten, omzet…. allemaal zaken die dagelijks op zijn bureau liggen.

 

Maarten is goed in zijn werk. Hij is dan ook in de leer geweest bij een zeer succesvol ondernemer die hem de kneepjes van het vak heeft geleerd. Zijn klanten zijn dan ook erg tevreden.

 

Dit is niet onopgemerkt gebleven bij Maartens werkgever. Deze heeft hem daarom gevraagd manager van zijn afdeling te worden.

 

Maarten ligt er wakker van.

 

Hij vindt het een eer, maar is bang dat de rol van manager niet bij hem past. Dan gaan zijn werkzaamheden er namelijk anders uitzien. Hij zal dan meer contact met (potentiele) klanten moeten hebben, vaker in overleg zijn met zijn werkgever en uiteraard in nauw contact met de medewerkers van de afdeling staan.

 

Dat is nogal wat, vindt Maarten. ‘Ik ben niet zo’n mensenmens’ denkt hij. ‘Ik werk immers graag met cijfers’.

 

En toch…. Er is een reden waarom zijn werkgever juist Maarten voor deze rol vraagt en niet een van zijn collega’s. Wat Maarten namelijk zelf niet ziet (en zijn werkgever en collega’s wel), is dat hij vaak de verbindende factor is tussen partijen. Als je vraagt aan collega’s waar Maarten goed in is, dan zullen ze zeggen dat hij altijd degene is die de juiste mensen betrekt waar nodig, dat hij niemand vergeet in zijn communicatie. Dat stagiaires zich bij hem het meest op hun gemak voelen en dat hij als eerste aan een zieke collega vraagt hoe het gaat…

 

Dit zijn allemaal eigenschappen van Maarten die naar boven komen wanneer je het aan anderen vraagt. Maar hij heeft het zelf niet in de gaten. Dus als hij zelf over zijn werk vertelt, zal hij dat nooit zo benoemen. Hij heeft namelijk geleerd dat een accountant bezig is met cijfermatige onderbouwing van beslissingen en beoordelingen. Zijn leermeester heeft hem nooit verteld dat het minstens zo belangrijk is connectie te maken met klanten en collega’s, dus is het logisch dat hij daar niet aan denkt. En toch is het iets wat hij doet….vanzelf, compleet natuurlijk, zonder er over na te denken.

 

En omdat hij het zelf niet ziet, denkt hij dat hij het niet kan. Dat hij daarom niet geschikt is voor de rol van manager. Een onterechte conclusie.

 

Kennis, ervaring en vaardigheden definiëren niet wie je bent. Hooguit wat je bent (bijvoorbeeld accountant). Wie je bent wordt bepaald door je natuur, niet door de dingen die je aanleert.

 

Wat je aanleert en welke ervaring je opdoet, past niet altijd 100% bij je natuur. Ook omstandigheden, mensen in je omgeving (opvoeders, leerkrachten, vrienden) en toeval bepalen welke studie of loopbaan je kiest. En hoe meer je kennis en ervaring je binnen een bepaalde richting opdoet, hoe groter de kans dat je denkt dat dat past bij wie je bent. Net als bij Maarten.

 

En is dat erg? Nee, tenzij je natuur daardoor te weinig ruimte krijgt en je werk alleen maar energie kost en geen energie oplevert. Gelukkig was dat bij Maarten niet het geval. Zijn aard om heel duidelijk oog te hebben voor andere mensen en wat nodig is om hen betrokken te maken, kon hij toch goed kwijt in zijn werk. Alleen had hij het zelf niet in de gaten.

 

Herken je iets in het verhaal van Maarten? Heb jij wel eens een kans voorbij laten gaan omdat je dacht dat iets niet bij je zou passen? Omdat het totaal iets anders was dan wat je tot nu toe deed?

 

Of juist andersom: dat je ergens aan begon omdat het logisch leek, maar dat je er achter kwam dat je het heel vervelend vond?

Wil je het hieronder met me delen?