Monique zucht eens diep. Vandaag had ze een aanvaring met haar collega Jasper. En niet voor het eerst.

‘Ik heb hem verteld dat ik al een oplossing zie, maar me nog aan het oriënteren ben op mogelijke alternatieven. En dat ik binnen twee weken laat weten wat we gaan doen. En nu wil hij ineens dat ik een rapport schrijf!

Waar is dat nou weer voor nodig? Wil hij controleren of ik mijn werk wel goed doe? Vertrouwt hij me niet of zo?’

En zo moppert Monique nog even verder.

 

Intussen is Jasper ook niet echt blij. ‘Nu heb ik haar alle informatie gegeven die ze nodig heeft om een besluit te nemen en dan kijkt ze nog naar andere mogelijkheden. Vindt ze mijn gegevens niet betrouwbaar genoeg dan?’

 

Heel jammer dit. Twee mensen met hetzelfde doel (de juiste beslissing nemen), met dezelfde oprechte intentie (doen wat goed is voor de onderneming), maar met ieder hun eigen manier om dit aan te pakken. Doordat ze zich van dat laatste niet bewust zijn, ontstaat er gedoe.

 

Monique houdt van verder kijken dan wat tot nu toe gebruikelijk was. Wat is er nog meer mogelijk, welke alternatieven zijn er? Jasper daarentegen vindt het prettig voort te borduren op wat er al is. Wat tot nu toe werkte, heeft zich immers bewezen. En dat vindt Jasper belangrijk. Met de feiten kun je een beslissing tenminste onderbouwen vindt hij.

 

Monique en Jasper komen dus allebei op een andere manier tot een besluit. En omdat ieder vanuit zijn eigen manier denkt en handelt èn communiceert, interpreteren ze elkaars woorden ook anders.

 

Monique wil ruimte om nieuwe mogelijkheden te onderzoeken. Misschien is er nog meer of iets beters te bereiken dan voorheen. Daarbij wil ze niet gehinderd worden door de grenzen van wat er nu al is. Voor haar voelt Jaspers’ vraag om een rapport met onderbouwing dan ook als een signaal dat hij haar niet vertrouwt.

 

Voor Jasper geldt het tegenovergestelde: het feit dat Monique verder wil kijken dan de informatie die er al ligt, voelt voor hem als een signaal dat Monique de door hem verstrekte gegevens niet vertrouwt.

 

Beiden voelen zich persoonlijk aangevallen, terwijl de ander slechts bezig is met wat hij/zij zelf nodig heeft bij het nemen van een besluit. Dat Monique niet te vertrouwen zou zijn, is wel het laatste waar Jasper aan denkt. En dat de door Jasper verstrekte informatie niet correct zou zijn? Daar heeft Monique nog nooit ook maar één seconde over nagedacht.

 

Hoe voorkom je dit nou?

 

Allereerst door zaken niet direct op je persoon te betrekken. De meeste mensen zijn, net als jij en ik, vooral met zichzelf bezig. Dus een opmerking, vraag of commentaar komt 9 van de 10 keer voort uit iets wat ze zelf nodig hebben, willen weten of willen begrijpen. En bijna nooit uit het willen veroordelen van wat jij zegt of doet.

 

Daarnaast is het goed te weten hoe jij zelf dingen ziet en wat jij zelf nodig hebt om beslissingen te nemen en in actie te komen. En vooral te beseffen dat dit heel anders kan zijn voor anderen. Waarbij er geen sprake is van goed of fout!

 

Wat hadden Monique en Jasper in dit geval dan anders kunnen doen?

 

Monique bedenkt zelf redenen waarom Jasper een rapport van haar wil hebben en trekt daarbij voor het gemak meteen negatieve conclusies (‘vertrouwt hij me niet?’). Als ze nu gewoon aan Jasper had gevraagd waarom hij een rapport wil, dan was zijn bedoeling direct duidelijk geworden. Hij wil namelijk graag zwart op wit een onderbouwing van de genomen beslissing. Dan is het vastgelegd en kan hij er in de toekomst op terug vallen. Dat is voor hem de prettigste manier van werken.

 

Andersom geldt hetzelfde voor Jasper. Ook hij bedenkt zelf redenen waarom Monique nog alternatieven wil bekijken en ook hij gaat daarbij uit van iets negatiefs (‘vindt ze mijn gegevens niet betrouwbaar genoeg?’). Had hij het aan Monique gevraagd, dan had zij kunnen uitleggen dat zij het voor zichzelf nodig heeft nog wat alternatieven te bekijken, los van de informatie die ze al van Jasper heeft gekregen. Zo werkt het voor haar beter en prettiger.

 

Neemt niet weg dat ze ook allebei de ander meteen duidelijk hadden kunnen maken wat ze nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. ‘Het ligt niet aan jou, maar ik heb het nodig om….’. Dat kun je ook uit jezelf zeggen, zonder dat de ander eerst om uitleg moet vragen.

 

Herken je iets in het verhaal van Monique en Jasper? Zijn er binnen jouw team ook misverstanden die met enige regelmaat de kop opsteken? Mensen die elkaar niet lijken te begrijpen? Wil je het hieronder met me delen?